3.0

Literair heb ik Camus hoog zitten, een kritisch denker, een rebel, een dwarsligger, een vreemdeling in eigen land, maar met zijn wijsgerige interpretaties heb ik moeite. Met Kierkegaard gaat hij bijvoorbeeld veel te kort door de bocht, dan wringt voor mij de existentiële handschoen. Camus is dan ook geen echte filosoof, maar in zijn woorden een 'filosofisch romancier', zoals Proust, Dostojevski of Stendhal. De polemiek tegen al het 'eeuwige' ten gunste van een Nietzscheaanse trouw aan de aarde ('het concrete') is interessant studiemateriaal, zijn uitkomst bij het 'absurde' is prikkelend en als begrip zeer vruchtbaar (bijvoorbeeld voor het zenboeddhisme), maar ik ben het fundamenteel oneens met de conclusies die hij hieruit trekt.

Voor mij is het 'absurde' een metafysische krachtterm om iets aan te duiden dat niet aan te duiden valt (een gevoel van zinvolle zinloosheid, zie nogmaals zen), maar het draait elke vorm van transcendentie (inspiratie, mogelijkheid, religieus handelen) de nek om via een soort van berusting in een gesloten, immanent wereldbeeld. Het 'absurde' kan op die manier snel doorslaan tot een vorm van nihilisme, maar Camus weet er toch de opstand, vrijheid en hartstocht aan te koppelen. Ik moet het boek nogmaals herlezen om beter te begrijpen hoe hij dat precies doet.

In die zin kan het 'absurde' niet doordacht worden, maar vraagt het om een concrete handeling, een daad, die niet gebonden is aan een hoger moraal. Het 'absurde' is geen zon aan de hemel, maar een open zee zonder houvast, dat om een constant roeien vraagt met de riemen die je hebt of uit nieuw gesprokkeld hout snijdt. Het is met de vele aanhalingen niet te missen dat Nietzsche de grootste inspiratiebron was voor Camus, en dat hij diens filosofie wilde actualiseren.

Prikkelend, onbevredigend, eloquent. Zijn verhandelingen over de toneelspeler, Don Juan en Kafka zijn mooi, maar die van Sisyphus blijft veruit de meest knappe analyse uit het boek.

3.5/5