Take a photo of a barcode or cover
A review by iefstuyvaert
Het archief by Thomas Heerma van Voss
3.0
“Papier is onze bestaansreden”.
Het zijn dat soort loze kreten waar de redactie van het literaire tijdschrift Arabesk zich aan probeert vast te houden. Op te trekken. Om finaal toch door te krijgen dat ze volkomen irrelevant is geworden. Zélfs voor de 128 abonnees die hen nog rest.
Die voortdurende twijfel, dat eindeloze watertrappelen, verlamt niet alleen de redactie, maar vooral ook Pierre zelf, die koortsachtig in de Nederlandse klei (de klei van het Nederlands) wroet, op zoek naar de truffel die hém van redacteur naar auteur kan optillen.
Als hij dat uiteindelijk zelfs onder een (vrouwelijke, exotische) valse naam probeert, verdwijnt al je sympathie voor het mosselvochtige personage.
De ultieme doodsreutel van het tijdschrift maakt hij niet meer mee. Hij verlaat op tijd - maar een paar tientallen pagina’s te laat - het zinkende schip.
Om plaats te nemen aan het ziekbed van zijn vader - tot dan scherper, geestiger én irritanter dan het hoofdpersonage, maar nu verblekend als de letters in zijn vergeelde archief.
En ook hier kan niets nog redding brengen.
“Wie leest dit nou precies?”, vraagt iemand Pierre.
“Fijnproevers”, antwoordt hij.
De vraag betreft hier uiteraard Arabesk, maar geldt meteen ook voor 'Het Archief': het is het soort boek dat alleen de doorgedreven lezer (misschien) kan behagen.
Wie slechts incidenteel een roman ter hand neemt, kiest beter iets spannender.
Het zijn dat soort loze kreten waar de redactie van het literaire tijdschrift Arabesk zich aan probeert vast te houden. Op te trekken. Om finaal toch door te krijgen dat ze volkomen irrelevant is geworden. Zélfs voor de 128 abonnees die hen nog rest.
Die voortdurende twijfel, dat eindeloze watertrappelen, verlamt niet alleen de redactie, maar vooral ook Pierre zelf, die koortsachtig in de Nederlandse klei (de klei van het Nederlands) wroet, op zoek naar de truffel die hém van redacteur naar auteur kan optillen.
Als hij dat uiteindelijk zelfs onder een (vrouwelijke, exotische) valse naam probeert, verdwijnt al je sympathie voor het mosselvochtige personage.
De ultieme doodsreutel van het tijdschrift maakt hij niet meer mee. Hij verlaat op tijd - maar een paar tientallen pagina’s te laat - het zinkende schip.
Om plaats te nemen aan het ziekbed van zijn vader - tot dan scherper, geestiger én irritanter dan het hoofdpersonage, maar nu verblekend als de letters in zijn vergeelde archief.
En ook hier kan niets nog redding brengen.
“Wie leest dit nou precies?”, vraagt iemand Pierre.
“Fijnproevers”, antwoordt hij.
De vraag betreft hier uiteraard Arabesk, maar geldt meteen ook voor 'Het Archief': het is het soort boek dat alleen de doorgedreven lezer (misschien) kan behagen.
Wie slechts incidenteel een roman ter hand neemt, kiest beter iets spannender.