Take a photo of a barcode or cover
Still somewhat predictable. I did like the connection to Mickey Haller :) and I am looking forward to their book together.
dark
mysterious
reflective
tense
medium-paced
Plot or Character Driven:
Character
Strong character development:
Complicated
Loveable characters:
Complicated
Diverse cast of characters:
Yes
Flaws of characters a main focus:
Complicated
Another satisfying mystery by Connelly.
dark
emotional
medium-paced
Plot or Character Driven:
Plot
Strong character development:
No
Loveable characters:
Complicated
Diverse cast of characters:
No
Flaws of characters a main focus:
No
It’s fine. Not as good as the first one, but not really bad either. Very middling.
thrilling
Another excellent Harry Bosch story from Michael Connelly. Filled with twists and turns that leaves you wanting more!!! Can’t wait for the next one.
Another excellent Harry Bosch story from Michael Connelly. Filled with twists and turns that leaves you wanting more!!! Can’t wait for the next one.
adventurous
challenging
dark
mysterious
tense
medium-paced
Plot or Character Driven:
A mix
Strong character development:
Complicated
Loveable characters:
Complicated
Diverse cast of characters:
No
Flaws of characters a main focus:
Yes
medium-paced
Plot or Character Driven:
Plot
Strong character development:
No
Loveable characters:
N/A
Diverse cast of characters:
Yes
Flaws of characters a main focus:
No
medium-paced
Top notch thriller.
This is the perfect blend of police procedural, private investigator (since Bosch is just as much outside of the police department as he is in it), and mystery. The mystery is unraveled as Bosch discovers it, with a nice reveal at the end.
This builds well on The Black Echo. It has less exposition on Bosch's psychology, which is a plus in my book. More pared down, more showing-through-doing.
The supporting cast is a little thin, but Bosch and the plot more than make up for it.
Very enjoyable read, highly recommended.
This is the perfect blend of police procedural, private investigator (since Bosch is just as much outside of the police department as he is in it), and mystery. The mystery is unraveled as Bosch discovers it, with a nice reveal at the end.
This builds well on The Black Echo. It has less exposition on Bosch's psychology, which is a plus in my book. More pared down, more showing-through-doing.
The supporting cast is a little thin, but Bosch and the plot more than make up for it.
Very enjoyable read, highly recommended.
Als ik voor iedere smalende opmerking of elke wat subtielere, maar niet mis te verstane sneer die ik al naar m’n hoofd geslingerd kreeg omdat ik nu en dan misdaadliteratuur lees een vuistslag mocht uitdelen, dan lagen de in mist gehulde, schaduwrijke steegjes van het grimmige Geraardsbergen intussen bezaaid met dozijnen onherkenbaar verminkte lijken. Om maar te zeggen dat het nog steeds not done is om zoiets toe te geven. Ergens valt het wel te begrijpen natuurlijk. Er is amper een Vlaamse misdaadtraditie, de markt wordt, ondanks voldoende aanstormend talent (en dat heb ik van horen zeggen), nog steeds gedomineerd door middelmatige veelschrijvers als Aspe, en het kruim van onze intellectuele elite zal toegevingen aan pulpliteratuur enkel tolereren als het te kaderen valt in een of andere postmoderne deconstructie of literaire spielerei waarover het fijn zwammen is. Bedankt, Paul Auster.
Sinds jaar en dag ben ik al verslingerd aan de rijke Amerikaanse traditie van de hardboiled crime novel, van de traditie die via Chandler, Cain, Hammett en MacDonald, en later Leonard, Thompson en Himes terecht kwam bij hedendaagse kanonnen als Ellroy, Mosley, Connelly, Parker en Pelecanos. Het is pulpliteratuur, zeker, veel van die schrijvers, zelfs de toppers, blijven vaak vasthouden aan de alombekende kenmerken, maar toch… toch blijven die boeken bruisen van inventiviteit en creativiteit, betreden ze paden die de ‘echte’ literatuur vaak wegens gebrek aan kloten vermijdt, pakken ze uit met stilistische bravado en swing die zo goed als afwezig is in onze wat makke, navelstaarderige literatuur en z’n onverwerkte trauma’s. Het is meteen ook het grootste verschil met de Britse tegenhangers. Wie vooral uit is op literaire crypto’s, die blijft best bij de Engelse school, die vaak de plot tot het hoogste goed verheven heeft.
De Amerikaanse school was van meet af aan bewuster bezig met stijlelementen, met literaire eigenheid. Misschien ook daarom dat de Amerikaanse traditie wél toegang kreeg tot zijn academische kringen, dat misdaadliteratuur, pulp in het algemeen, er wél kunnen in middens van cultuurkenners. Terwijl academici hier steeds hun uiterste best doen om zo belezen, geleerd en zelfvoldaan mogelijk over te komen en uit te pakken met hippe referenties, obscure denkers en theorieën en paradigma’s waarvan de houdbaardheidsdatum waarschijnlijk al enige tijd overschreden is, kan je met Amerikaanse collega’s zitten zeiken over boeken, platen, films en sporten die schaamteloos appelleren aan het buikgevoel. De misdaadliteratuur, die daadwerkelijk inspeelt op primitieve driften en instincten, is/was vaak onrealistisch, ze presenteert immers een wereld van zwart en wit, van afgeronde zaken, duidelijke motieven, van goed en kwaad, van duidelijke symboliek.
Het wordt echter pas interessant als die grenzen vervagen, als ‘goed’ en ’slecht’, de wet en de wetteloosheid, waarde en zonde, elkaar voor de voeten beginnen te lopen en niet van elkaar te onderscheiden worden. Als in een wereld die normaal zekerheid biedt de willekeur toeslaat. In de ‘Harry Bosch’-reeks van Connelly is dat een basisgegeven. De verwijzing naar de vijftiende eeuwe schilder is duidelijk, en Connelly’s boeken voelen soms ook aan als variaties op De tuin der lusten, met amorele personages die niet voor elkaar kunnen onderdoen. Wie verstand heeft, die wil macht. Wie macht heeft, die zal er misbruik van maken. Witteboorden- en straatcriminaliteit vormen één pot nat, niemand is wie hij lijkt, achter elk deurtje schuilt een volgende deurtje en centraal personage Bosch is misschien nog de meest getroebleerde geest van ze allemaal. Het is allemaal wat bij de haren gegrepen, dat geweld, die intriges, maar hey, we kunnen niet allemaal schrijven over het ambtenarenbestaan, pedofiele nonkels en het Vlaamse verzet in 1943.
The Black Ice (1994), het tweede boek uit de reeks, is niet meteen een van de beste delen, daarvoor is het te lang, zijn enkele passages wat te onwaarschijnlijk, maar het personage van Bosch wordt wel beschreven met een al indrukwekkende gelaagdheid. De ‘rebelse speurder’ is al zo vaak aan bod gekomen (elk icoon van de misdaadliteratuur heeft er wel eentje geïntroduceerd), maar Connelly slaagt erin om de maniakale, obsessieve drive, de gekwelde geest en onhandelbare, zelfs perverse persoonlijkheid voldoende geloofwaardig te behandelen. Het is geen übermensch die in cartoonstijl alle bad guys op z’n pad neermaait, maar een door twijfels én ziekelijke vastberadenheid gedreven bad-ass. Voor sommigen zal zo’n bosjesmannengezwets, waar geweld, geweren, drugs en dood aan te pas komen vast een te hoge macho-factor hebben, maar zij vinden vast elders hun gading. Desnoods in het oeuvre van Kristien Hemmerechts. (***1/2)
Sinds jaar en dag ben ik al verslingerd aan de rijke Amerikaanse traditie van de hardboiled crime novel, van de traditie die via Chandler, Cain, Hammett en MacDonald, en later Leonard, Thompson en Himes terecht kwam bij hedendaagse kanonnen als Ellroy, Mosley, Connelly, Parker en Pelecanos. Het is pulpliteratuur, zeker, veel van die schrijvers, zelfs de toppers, blijven vaak vasthouden aan de alombekende kenmerken, maar toch… toch blijven die boeken bruisen van inventiviteit en creativiteit, betreden ze paden die de ‘echte’ literatuur vaak wegens gebrek aan kloten vermijdt, pakken ze uit met stilistische bravado en swing die zo goed als afwezig is in onze wat makke, navelstaarderige literatuur en z’n onverwerkte trauma’s. Het is meteen ook het grootste verschil met de Britse tegenhangers. Wie vooral uit is op literaire crypto’s, die blijft best bij de Engelse school, die vaak de plot tot het hoogste goed verheven heeft.
De Amerikaanse school was van meet af aan bewuster bezig met stijlelementen, met literaire eigenheid. Misschien ook daarom dat de Amerikaanse traditie wél toegang kreeg tot zijn academische kringen, dat misdaadliteratuur, pulp in het algemeen, er wél kunnen in middens van cultuurkenners. Terwijl academici hier steeds hun uiterste best doen om zo belezen, geleerd en zelfvoldaan mogelijk over te komen en uit te pakken met hippe referenties, obscure denkers en theorieën en paradigma’s waarvan de houdbaardheidsdatum waarschijnlijk al enige tijd overschreden is, kan je met Amerikaanse collega’s zitten zeiken over boeken, platen, films en sporten die schaamteloos appelleren aan het buikgevoel. De misdaadliteratuur, die daadwerkelijk inspeelt op primitieve driften en instincten, is/was vaak onrealistisch, ze presenteert immers een wereld van zwart en wit, van afgeronde zaken, duidelijke motieven, van goed en kwaad, van duidelijke symboliek.
Het wordt echter pas interessant als die grenzen vervagen, als ‘goed’ en ’slecht’, de wet en de wetteloosheid, waarde en zonde, elkaar voor de voeten beginnen te lopen en niet van elkaar te onderscheiden worden. Als in een wereld die normaal zekerheid biedt de willekeur toeslaat. In de ‘Harry Bosch’-reeks van Connelly is dat een basisgegeven. De verwijzing naar de vijftiende eeuwe schilder is duidelijk, en Connelly’s boeken voelen soms ook aan als variaties op De tuin der lusten, met amorele personages die niet voor elkaar kunnen onderdoen. Wie verstand heeft, die wil macht. Wie macht heeft, die zal er misbruik van maken. Witteboorden- en straatcriminaliteit vormen één pot nat, niemand is wie hij lijkt, achter elk deurtje schuilt een volgende deurtje en centraal personage Bosch is misschien nog de meest getroebleerde geest van ze allemaal. Het is allemaal wat bij de haren gegrepen, dat geweld, die intriges, maar hey, we kunnen niet allemaal schrijven over het ambtenarenbestaan, pedofiele nonkels en het Vlaamse verzet in 1943.
The Black Ice (1994), het tweede boek uit de reeks, is niet meteen een van de beste delen, daarvoor is het te lang, zijn enkele passages wat te onwaarschijnlijk, maar het personage van Bosch wordt wel beschreven met een al indrukwekkende gelaagdheid. De ‘rebelse speurder’ is al zo vaak aan bod gekomen (elk icoon van de misdaadliteratuur heeft er wel eentje geïntroduceerd), maar Connelly slaagt erin om de maniakale, obsessieve drive, de gekwelde geest en onhandelbare, zelfs perverse persoonlijkheid voldoende geloofwaardig te behandelen. Het is geen übermensch die in cartoonstijl alle bad guys op z’n pad neermaait, maar een door twijfels én ziekelijke vastberadenheid gedreven bad-ass. Voor sommigen zal zo’n bosjesmannengezwets, waar geweld, geweren, drugs en dood aan te pas komen vast een te hoge macho-factor hebben, maar zij vinden vast elders hun gading. Desnoods in het oeuvre van Kristien Hemmerechts. (***1/2)